Platform voor buurtontwikkeling

Eenzaamheid onder Marokkaanse ouderen

En tips om het bespreekbaar te maken
Eenzaamheid onder Marokkaanse ouderen
Publicatie
13 mei 2020
Hoe beleven ouderen met een Marokkaanse achtergrond eenzaamheid en ouder worden in Nederland? Die vraag stond centraal in het onderzoek ‘Tussen verveling en vereenzaming’ van KIS (Kennisplatform Integratie & Samenleving). De aanbevelingen zijn juist in deze tijd extra welkom.
 
Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit het verkennende onderzoek van Hanan Nhass en Joline Verloove? De ouderen blijken gevoelens van sociale en emotionele eenzaamheid te ervaren, maar ze bespreken deze amper expliciet met familie en anderen in hun sociale omgeving. Ook blijken de ouderen gevoelens van eenzaamheid te koppelen aan de zorgvraag. Nhass: ‘Ze zien het als een dieptepunt en een directe uiting van eenzaamheid als je niemand uit je familie hebt die voor je zorgt als je ziek bent. En als je niemand hebt die naar je omkijkt.’ Het gesprek in de familie en in de gemeenschap over eenzaamheid lijkt gevoelig te liggen vanwege sterk ingebedde cultureel-religieuze opvattingen. Waarin kinderen hun bejaarde ouders omringen met liefde, zorg en aandacht.
 

Anderhalvemetersamenleving

 
Het recent afgeronde KIS-onderzoek is verricht vóór de coronacrisis uitbrak. Het is niet onderzocht, maar het is denkbaar dat de huidige anderhalvemetersamenleving en de genomen maatregelen deze groep extra eenzaam maakt. De behoefte aan fysiek contact is groot en als ze al over skills beschikken om online te communiceren; die manieren van contact zijn voor hen slechts een slap aftreksel van echt contact, stelt onderzoeker Hanan Nhass.
 
 

Diskrediet voorkomen

Als deze zorg niet aan de verwachtingen voldoet, kunnen ouderen zich eenzaam voelen. In het alledaagse leven betekent dit dat de geïnterviewde ouderen, die allen meer dan drie kinderen hebben, niet snel aankaarten dat ze zich eenzaam voelen. Dit impliceert namelijk voor hen dat zij hun kinderen niet volgens de cultureel-religieuze traditie, waarin zij zélf zijn opgegroeid, hebben opgevoed of geen goed contact met hen hebben. In beide gevallen brengen ze zichzelf en/of hun kinderen in diskrediet tegenover de gemeenschap. Hieruit blijkt dat de geïnterviewde ouderen een grote waarde hechten aan wat andere leden van de gemeenschap van hen en hun familie vinden.

De aanduiding ‘el kant’ is interessant, omdat hierin sociale en emotionele eenzaamheid lijken samen te komen, afhankelijk van welk accent de oudere zelf legt
Hoewel deze ouderen niet snel openlijk zullen spreken over gevoelens van eenzaamheid (met familie of met professionals) spreken zij wél gemakkelijk over gevoelens van ‘el kant’, een sentiment dat tussen verveling en vereenzaming ligt. Met dit typische woord, dat zowel in het Marokkaans-Arabisch als in het Berbers voorkomt, duiden zij aan dat ze zich verveeld voelen, maar een simpele Nederlandse vertaling van ‘verveling’ volstaat hier niet. Zij koppelen soms aan ‘el kant’ een bepaalde gemoedstoestand die overeenkomt met neerslachtigheid. Respondenten zeggen ‘el kant’ te voelen wanneer zij alleen zijn en het gevoel hebben dat de muren op hen afkomen (een zwaar, neerslachtig gevoel), maar ook wanneer er niets te doen is door gebrek aan sociale contacten en activiteiten (een verveeld gevoel). De aanduiding ‘el kant’ is interessant, omdat hierin sociale en emotionele eenzaamheid lijken samen te komen, afhankelijk van welk accent de oudere zelf legt.  
 

5 tips voor hulpverleners 

 
De onderzoekers adviseren sociaal werkers in het contact met de ouderen om de behoefte van ouderen met een Marokkaanse achtergrond als vertrekpunt te nemen bij het ontwikkelen van de interventie gericht op deze doelgroep. De vraag “Welke ondersteuning of activiteit heeft u nodig?”, vinden de meeste ouderen moeilijk te beantwoorden. Een betere vraag is daarom: "Waar wordt u blij van?" Gebruik in dit gesprek ook termen die zij zelf gebruiken, zoals verveling of ‘el kant’, om hun de ruimte te geven om hun gemoedstoestand te beschrijven. Vraag hierin goed door.’
 
Nhass en Verloove doen tien aanbevelingen aan hulpverleners. Hier noemen we er alvast vijf:
 
  1. Houd rekening met de gebedstijden, start bijvoorbeeld een activiteit om 11 uur, omdat veel ouderen na het vroege ochtendgebed slapen tot 10 uur.
  2. Bied activiteiten gratis aan en op een laagdrempelige locatie, zoals een moskee of buurthuis.
  3. Spreek niet direct over eenzaamheid, maar nodig ouderen uit om bijvoorbeeld soep te komen nuttigen en bied ruimte voor ontmoeting en gesprek. Bijvoorbeeld door een gezondheidswerker uit te nodigen om voorlichting te geven over de fysieke gezondheid, waarna de stap naar welzijn en psychische gezondheid gemakkelijker te maken is.
  4. Zorg voor continuïteit en samenhang in de activiteiten. Hiermee kun je ouderen aan je binden en voorkom je dat ze na een keer afhaken en je weer noodgedwongen van voren af aan moet beginnen met de werving.
  5. Bij groepsactiviteiten: besef dat er soms veel tijd overheen gaat voordat er onderling vertrouwen ontstaat en probeer de activiteiten daar op in te richten. Besteed aandacht aan het bevorderen van verbinding tussen ouderen. De angst voor roddels was voor sommige geïnterviewde vrouwen een reden om niet deel te nemen aan activiteiten. Een mogelijk alternatief voor hen kunnen multiculturele (vrouwen)groepen zijn, waarbij deelnemers minder sociale controle ervaren.
 
 

Hanan Nhass en Joline Verloove zijn werkzaam bij Movisie. Dit artikel verscheen eerder op de website van het Kennisplatform Integratie en Samenleving. 

Lees meer over:

Reageer op dit artikel

CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.